Soms weet ik al voordat ik mijn camera naar mijn oog breng dat ik maar één kans krijg. Een vogel zit precies goed in het licht, een ree staat even stil tussen de bomen of de avondzon raakt het landschap op zo’n manier dat alles voor een paar seconden lijkt te gloeien. Ik stel scherp, houd mijn adem bijna ongemerkt in en druk af. Een ogenblik later vliegt de vogel weg, verdwijnt het dier tussen de bomen of schuift een wolk voor de zon. Wat ik zag is voorbij. Ik kan morgen teruggaan naar precies dezelfde plek, met dezelfde camera en dezelfde lens, maar ik zal nooit meer precies die foto maken.
Misschien raakt fotografie me daarom zo. Een foto bewaart een fractie van een seconde, maar tegelijkertijd laat ze me zien dat een moment niet te bewaren ís. Het licht verandert, de seizoenen verschuiven, dieren bewegen verder en mensen worden ouder. Zelfs wijzelf zijn na dat ene ogenblik alweer een heel klein beetje veranderd. Met een camera weet ik dat ik een moment vastleg dat nooit precies terugkomt. Maar hoe vaak vergeet ik dat wanneer ik de camera niet voor mijn oog heb?
De magie van een eerste keer
Eerste keren hebben iets waardoor we bijna vanzelf beter kijken. De eerste keer dat je iemand ontmoet die later belangrijk voor je blijkt te worden. De eerste keer dat je een pup of kitten in je armen houdt en nog geen idee hebt hoeveel gewone dagen samen zullen volgen. De eerste keer dat je op een onbekende plek komt, een bijzondere vogel door je zoeker ziet of een landschap ontdekt waar je nog nooit eerder hebt gestaan. Er ligt iets open in zo’n moment. Alsof het leven zelf even meer licht binnenlaat.
Misschien komt dat doordat we weten dat iets begint. We zijn nieuwsgierig, een beetje gespannen soms, en onze aandacht is er helemaal bij. We maken foto’s, onthouden data, vertellen het verhaal later nog eens. We kennen eerste schooldagen, eerste vakanties, eerste ontmoetingen, eerste huizen en eerste liefdes. Zelfs van heel gewone dingen kan een eerste keer een kleine mijlpaal worden, simpelweg omdat we beseffen: dit heb ik nog nooit eerder meegemaakt.
Bij fotografie herken ik dat gevoel. Wanneer ik voor het eerst een vogelsoort voor mijn lens krijg waar ik lang naar heb gezocht, kijk ik anders. Mijn aandacht versmalt zich tot dat kleine stukje wereld in mijn zoeker. Ik zie de veren, het licht in het oog, de beweging van een kopje, de tak waarop hij zit. Alles daaromheen mag even zacht worden. Misschien doen eerste keren precies dat met ons: ze stellen vanzelf scherp.
Maar ergens tussen al die eerste keren bevinden zich ook de laatste.
Een laatste keer kondigt zich zelden aan
Het vreemde is dat een laatste keer er meestal helemaal niet uitziet als een laatste keer. Er klinkt geen muziek. Het licht verandert niet plotseling. Niemand fluistert dat je nog één keer goed moet kijken.
Je trekt gewoon de deur achter je dicht. Je drinkt samen koffie. Je loopt dezelfde route die je al tientallen keren hebt gelopen. Je aait gedachteloos over de kop van een dier dat naast je ligt. Je zwaait iemand uit en denkt misschien: tot de volgende keer. Het moment zelf draagt niets waardoor je zou kunnen weten dat er later geen herhaling meer komt.
En misschien is dat maar goed ook.
Hoe zouden we kunnen leven wanneer we bij iedere omhelzing, wandeling of gewone ochtend zouden denken dat het misschien de laatste is? Het leven zou zwaar worden van al dat mogelijke afscheid. Juist doordat we het niet weten, kunnen gewone dagen gewoon gewone dagen zijn. We hoeven niet voortdurend bang te zijn iets kwijt te raken om te mogen beseffen dat het waarde heeft.
Toch vind ik het een wonderlijke gedachte dat ergens in ons leven voortdurend laatste keren verscholen liggen. De laatste keer dat een kind bij je op schoot kruipt voordat het daar ongemerkt te groot voor wordt. De laatste keer dat je vader of moeder naast je loopt zoals ze dat altijd deden. De laatste vakantie naar een plek waar je dacht nog vaak terug te komen. De laatste foto van een geliefd dier zonder te weten dat juist dát beeld later zo dierbaar zou worden.
Pas achteraf krijgt zo’n moment een kader.
Wat buiten beeld bleef
Misschien lijkt ons geheugen daarin een beetje op fotografie. We kunnen nooit alles meenemen. Zodra ik door mijn zoeker kijk, maak ik keuzes. Dit komt in beeld en dat valt erbuiten. Hier leg ik de scherpte en daar mag de wereld vervagen. Soms ontdek ik pas thuis, wanneer ik een foto op mijn scherm bekijk, iets wat me tijdens het fotograferen nauwelijks was opgevallen. Een blik. Een klein gebaar. Een straaltje licht. Ineens blijkt juist dat detail het hele beeld te dragen.
In het leven gebeurt iets soortgelijks. We denken vaak dat de grote gebeurtenissen onze herinneringen zullen bepalen, terwijl later juist iets heel kleins boven komt drijven. De manier waarop iemand lachte. Een jas die altijd aan dezelfde kapstok hing. Het geluid van pootjes door de gang. Een hand op je arm. De geur van koffie in een keuken waar je honderden keren hebt gezeten zonder ooit te bedenken dat je die geur zou kunnen missen.
Misschien zijn dat de beelden die het leven zelf maakt terwijl wij met iets anders bezig zijn.
Dat betekent niet dat we voortaan ieder moment bewust moeten opslaan. Dat zou onmogelijk zijn. Een fotograaf houdt zijn camera tenslotte ook niet onafgebroken voor zijn gezicht. Misschien gaat bewust leven juist niet over alles willen vasthouden, maar over af en toe merken dat je er werkelijk bént.
Waar stel je op scherp?
Met een camera bepaal ik waar mijn aandacht naartoe gaat. Wanneer ik aan de scherpstelring draai, kan iets wat eerst nauwelijks zichtbaar was ineens naar voren komen. Tegelijkertijd wordt iets anders zachter. Niet omdat het verdwenen is, maar omdat ik op dat moment ergens anders voor kies.
Dat vind ik misschien wel een van de mooiste overeenkomsten tussen fotografie en het leven. Ook zonder camera kijken we voortdurend door een soort onzichtbare lens. We kunnen scherpstellen op wat nog moet, op wat niet goed gaat, op morgen, volgende week of ooit. Voor we het weten zijn onze dagen een achtergrond geworden waar we doorheen bewegen terwijl onze aandacht ergens anders ligt.
Daar schreef ik eerder over in De lens waardoor je kijkt bepaalt je leven. Niet omdat we alleen maar naar het mooie zouden moeten kijken, maar omdat het me blijft verwonderen hoeveel een beeld verandert wanneer de focus verschuift. Soms verandert er niets aan het landschap en toch zie ik ineens iets totaal anders.
Misschien is bewust leven ook zo klein. Niet voortdurend dankbaar moeten zijn. Niet iedere ochtend wakker worden met het besef dat alles eindig is. Niet van iedere wandeling een betekenisvol moment hoeven maken. Alleen af en toe de scherpte terugbrengen naar wat zich vlak voor je bevindt.
Het gewone licht
Wanneer ik mijn mooiste foto’s terugkijk, zijn het lang niet altijd de spectaculairste momenten die me raken. Soms is het juist een eenvoudig beeld. Zacht licht door bladeren. Een vogel op een kale tak. Een hond die ergens ligt waar de zon door het raam valt. Technisch misschien niet eens de perfecte foto, maar er leeft iets in wat ik niet opnieuw zou kunnen maken.
Want zelfs als ik morgen dezelfde plek opzoek, is morgen geen vandaag.
Misschien zit daar voor mij de magie van bewust leven. Niet in het najagen van bijzondere momenten, maar in het ontdekken dat het gewone leven uit een eindeloze verzameling eenmalige beelden bestaat. Sommige worden eerste keren en krijgen meteen een gouden randje. Andere blijken jaren later laatste keren te zijn geweest. En daartussen liggen duizenden momenten die geen naam krijgen, maar samen wel ons leven vormen.
Ik vind het eigenlijk een geruststellende gedachte dat we niet hoeven te weten welke daarvan belangrijk zullen worden. We hoeven alleen maar af en toe op te kijken. Misschien even langer te blijven staan. Te luisteren naar een stem die zo vertrouwd is dat we haar nauwelijks nog bewust horen. Te voelen hoe een hondenkop tegen onze hand rust. Te zien hoe het avondlicht over een tafel valt waar iemand tegenover ons zit.
Niet omdat het de laatste keer zou kunnen zijn.
Maar omdat het deze keer is.
En misschien is dat genoeg.
De eerste keer herkennen we vaak terwijl ze gebeurt. De laatste keer meestal pas wanneer we terugkijken. Ergens daartussen bevindt zich het leven zelf, steeds opnieuw in ander licht, nooit helemaal scherp te houden en onmogelijk exact te herhalen.
Zoals een foto.
En misschien mag je vandaag, al is het maar heel even, kijken alsof je je camera voor je oog hebt. Niet om het moment vast te houden, maar om het werkelijk te zien.
Waar zou jij vandaag op scherpstellen?






Mooi hoe je paralellen trekt tussen kijken, zien, fotograferen en leven. Van nature ben ik iemand die ziet, voelt en beleeft. Dat maakt ook dat ik het leven als intens ervaar, soms te intens - met alle ups en downs die daarbij horen. En aan de andere kant: dit is wie ik ben; ik zou ook niet anders willen.
Erg mooi!